Volwassenen

Naamloos document

ASS erfelijk volwassen diagnose WISC-III NL tips

Hoewel in het algemeen aangenomen wordt dat mensen met een ASS door hun contactproblemen niet snel trouwen of een vaste relatie aangaan, wordt de hulpverlening de laatste jaren steeds meer geconfronteerd met partners die vermoeden dat hun echtgenoot autisme heeft of met ouders die vermoeden dat ze zelf autisme hebben.

De partners vragen vaak om het stellen van een diagnose en hulpverlening, maar de betreffende persoon zelf moet daar wel in toestemmen. Meestal zijn het vrouwen die het vermoeden hebben dat hun mannelijke partner autisme heeft, een enkele keer is het andersom.

Er is nog maar weinig bekend over volwassenen met autisme en zeker over volwassenen die een maat-schappelijke positie hebben verworven. Hier is nog geen onderzoek naar gedaan en er is nog heel weinig literatuur over dit onderwerp.

Soms beseft een “autistische” partner dat hij of zij op sociaal en emotioneel gebied beperkingen heeft.
Wanneer hij of zij bereid is om een diagnose te laten stellen, wordt geadviseerd in overleg met de hulpverlener te bekijken welke mogelijkheden hiervoor zijn.

Men kan zich afvragen of, wanneer en waarom een diagnose nodig is. Wanneer beide partners het autisme onderkennen en ermee om leren gaan, wordt het stellen van een diagnose mogelijk minder noodzakelijk. Wanneer er echter problemen zijn, bijvoorbeeld op het werk, kan een diagnose meer duidelijkheid en inzicht geven.

Moeilijker is het wanneer de partner soortgelijke problematiek bij de ander herkent terwijl de ander dit ontkent. Men vindt dan minder steun bij elkaar. Wellicht dat deze partner dan ook meer problemen heeft bij de onderkenning van de problematiek van een kind in het gezin. Deze partner heeft wellicht zelf een ontwikkeling doorgemaakt waarbij wat meer “afwijkende” zaken als normaal werden ervaren.

Wellicht geeft dit een verklaring voor zaken die in het verleden mis zijn gegaan. Het is goed in gedachten te houden dat een diagnose bij de partner mogelijk niet veel zal oplossen in de relatie en de leefsituatie.
De betreffende partner blijft immers dezelfde persoon, hij of zij zal niet veranderen zodra er een diagnose is gesteld.

Op dit moment heeft de diagnostiek en de hulpverlening voor volwassen mensen met een ASS nog maar relatief weinig te bieden, zeker als het partners betreft die maatschappelijk een plaats gevonden hebben en die zich tot hun 40, 50 of 60ste staande hebben weten te houden. Als iemand denkt dat er bij de partner sprake is van een vorm van autisme, kan hij of zij proberen om het dagelijkse leven meer structuur te geven, o.a. door samen duidelijke afspraken te maken en deze eventueel letterlijk zichtbaar te maken door ze op te schrijven.

Wellicht dat daardoor duidelijk wordt dat het leven met de betreffende partner anders is. De verwachtingen uit het verleden, zoals samen iets beleven, samen dingen ondernemen, moeten worden bijgesteld.

Wellicht is het belangrijk dat de persoon ervoor zorgt eigen bezigheden en/of contacten te hebben.
Het is ook niet verwonderlijk dat vanuit de omgeving reacties van ongeloof komen als dit bespreekbaar wordt gemaakt. De persoon heeft toch een baan en een gezin? Dan is er toch niets aan de hand?