Medicatie - informatie

Naamloos document
Informatie Bijwerkingen Slaapproblemen Belangrijk Merknamen Opiumwet

Algemene informatie over medicijngebruik
Als uw kind met autisme medicijnen gebruikt, moet u als ouder de instructies van de arts goed opvolgen. Het is moeilijk voor de arts om te bepalen bij welke dosis van het medicijn een kind het best reageert.

Autistische kinderen reageren daarnaast erg verschillend op medicijnen. Daarom moet de dosis voor ieder kind, en dus ook voor uw kind, zorgvuldig worden vastgesteld.

In het begin moet bij de meeste medicijnen de dosis langzaam worden opgebouwd. Dit wordt insluipen genoemd en betekent dat met een (te) lage dosis begonnen wordt. De kans op bijwerkingen wordt door insluipen kleiner. Als er toch bijwerkingen zijn, is het belangrijk om de arts op de hoogte te brengen. In overleg kan dan worden besloten om de behandeling voort te zetten, aan te passen of te stoppen.

Wanneer wordt besloten met de behandeling door te gaan, moet naar een dosis worden gezocht die het beste is voor het kind. Veranderingen en aanpassingen moeten stap voor stap worden doorgevoerd.
Na elke stap moet er een tijd worden gewacht. Het verschil in werking is anders niet duidelijk merkbaar. Aan de hand van veranderingen bij uw kind bepaalt u samen met de arts of de dosis hetzelfde blijft, moet worden aangepast of dat de behandeling moet worden gestopt.

Een medicijn werkt het best, wanneer het op vaste tijdstippen wordt ingenomen.
Twee belangrijke redenen hiervoor zijn:

  1. Voorkomen dat het medicijn in te grote hoeveelheden in het lichaam voorkomt, waardoor bijwerkingen kunnen optreden.
  2. Voorkomen dat het medicijn in te kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt, waardoor het medicijn niet werkt.

Medicijnen moeten over het algemeen worden ingenomen met water of voedsel. Door deze instructie op te volgen, wordt het medicijn beter door het lichaam opgenomen. Het is daarom belangrijk dat u altijd de bijsluiter van een medicijn leest.

Medicijnen worden voornamelijk onderzocht bij gezonde volwassenen. Bij groepen mensen die de grootste kans hebben op bijwerkingen, worden de medicijnen echter niet of nauwelijks onderzocht. Deze groepen zijn: kinderen tot zes jaar, bejaarden en gehandicapten.

Dit betekent dat het medicijn dat uw kind gebruikt, niet of nauwelijks op mensen met autisme is getest. Daardoor kunnen er ook bijwerkingen optreden die niet in de bijsluiter vermeld staan.

Het kan voorkomen dat kinderen met autisme meerdere medicijnen tegelijk voorgeschreven krijgen.
Een kind kan bijvoorbeeld naast medicijnen tegen agressie, ook medicijnen tegen astma-aanvallen gebruiken. Bijwerkingen kunnen dan het gevolg zijn van de combinatie van deze medicijnen. Zo kan de werking van het ene medicijn versterkt worden door het andere. Een lagere dosis van het eerste medicijn kan dan nodig zijn. Het is daarom belangrijk dat u de behandelend arts (en ook de huisarts) vertelt dat uw kind al medicijnen gebruikt. De arts kan daar vervolgens rekening mee houden.

Zolang uw kind medicijnen gebruikt, moet het regelmatig gecontroleerd worden door de huisarts of specialist. Tijdens deze bezoeken moeten de voor- en nadelen van het medicijngebruik telkens tegen
elkaar worden afgewogen: medicijngebruik mag nooit vanzelfsprekend worden.

Wanneer een kind al geruime tijd een medicijn gebruikt, kan het zijn dat stoppen zinvol is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het kind niet meer reageert op het medicijn, of om te kijken of het kind het medicijn nog wel nodig heeft. Meestal moet het medicijngebruik dan langzaam worden afgebouwd.

Dit wordt uitsluipen genoemd. Hierdoor wordt de kans dat het kind terugvalt in het oude gedrag of ontwenningsverschijnselen krijgt, kleiner. Bij sommige medicijnen is uitsluipen niet nodig en kan er direct gestopt worden met het medicijn.

U beslist!
Het kan zijn dat de arts u voorstelt om uw kind medicijnen te laten gebruiken. Zij zullen dit doen naar aanleiding van wat u over uw kind vertelt of naar aanleiding van wat de arts zelf constateert.

Wanneer er door één of meerdere (gedrags) problemen een moeilijke situatie is ontstaan voor u en uw kind, kunt u ook zelf vragen om medicijnen. De arts zal u vervolgens volledig op de hoogte moeten brengen van de voor- en nadelen van het medicijn. Het kan namelijk voorkomen dat medicijnen niet het gewenste resultaat geven. U als ouder kunt ervoor zorgen dat u over alle effecten die het medicijn kan hebben, geïnformeerd bent.

Zoek het ook op via internet!
Het is belangrijk dat u weet dat u als ouder uiteindelijk beslist wat er gaat gebeuren.
U bepaalt of uw kind wel of niet medicijnen zal gaan gebruiken en wanneer uw kind hiermee zal stoppen of zal doorgaan.

De arts geeft informatie, u beslist!