| pdd-nos | tips | kenmerken | neefjes | handleiding | dsm |
Vroeger werden kinderen met een ernstige ontwikkelingsstoornis van school gestuurd.
Gelukkig is dit tegenwoordig niet meer zo.....
Wat heel belangrijk nu is dat er een diagnose en scholingsprogramma's op maat is voor kinderen met een vorm van autisme. Eigenlijk zouden de kinderen al vanaf een jaar of 4 gediagnosteerd moeten worden zodat het scholingsprogramma afgestemd is op hun individuele behoeften. Deze scholingsprogramma's dienen zich steeds te richten op het verbeteren van de communicatieve-, sociale-, gedrags- en dagelijkse levensvaardigheden. Maar helaas worden de meeste diagnoses op latere leeftijd gesteld.
Wat kan de school doen voor kinderen met PDD-NOS/MCDD (en natuurlijk autisme en andere aanverwante stoornissen).
Ten eerste ervoor zorgen dat het doen en laten in de klas zo gestructureerd is dat het lesprogramma voor het kind heel voorspelbaar is. Kinderen met autisme en PDD-NOS/MCDD leren beter en raken minder snel verward wanneer de informatie zowel visueel als verbaal wordt gegeven.
Bij kinderen met PDD-NOS/MCDD moet het lesgeven dus aansluiting weten te vinden bij wat ze nodig hebben: veel structuur en een directe (dus sturende: doe dit, doe het zo etc) onderwijsomgeving. Alleen op deze manier krijgen ze de mogelijkheid om activiteiten te voorspellen, waardoor het gedrag van het kind verbeteringen zal vertonen.
Voor wat betreft de structuur:
- Structuur in tijd (dagindeling, volgorde van taken en lesindeling, bezigheden, aansturen van werktempo)
- Structuur in ruimte (eigen werkplek, prikkelarme omgeving, iedere activiteit zijn eigen plek)
- Structuur in 'regels' (roosters, regels, looproutes, wijzigingen, beloning, straf)
- Structuur in taken (omgang met materiaal, stappenplan, werken naar zichtbaar eindproduct)
- Structuur in omgeving (houding, duidelijk, voorspelbaar, consequent, neutraal)
In het aanbieden van structuur aan kinderen met ontwikkelingsstoornissen is het bijzonder belangrijk om dit niet alleen verbaal te doen. Men kan het beter visualiseren van wat er gevraagd wordt. Gebruik altijd korte duidelijk zinnen, zo concreet mogelijk. Herhaal desnoods de boodschap nog eens op dezelfde manier, geef ze de tijd en ruimte om de informatie rustig te verwerken. Wijs daarbij naar het voorwerp dat bedoeld wordt (zoals bijv. pictogrammen kunnen ter ondersteuning gebruikt worden).
Ook is het heel belangrijk om bij de kern van de taak te blijven, dus geen varianten of uitweiding doen. Verklein de taken, maak ze eenvoudig, eenduidig en eenvormig. Wat ook heel belangrijk is: bouw regelmatig ontspanningsmomenten in en stel het tempo en doelen wat lager.
De kinderen lopen voortdurend op hun tenen en zitten daardoor sneller aan hun emotionele grenzen. Verminder zoveel mogelijk prikkels en accepteer dat deze kinderen anders, sneller en extremer reageren dan kinderen die geen ontwikkelingsstoornis hebben.
Een leerkracht heeft eigenlijk de volgende vaardigheden nodig om te kunnen omgaan met een kind met een ontwikkelingsstoornis:
- Individuele aanpak
- Zorgen voor rust en voorspelbaarheid
- De specifieke gedragskenmerken van het betreffende kind kunnen begrijpen
- Visualisatie methode kunnen toepassen en het taalgebruik aanpassen
- Structuur aanbrengen in tijd, ruimte en activiteit
En niet alleen de leraar is verantwoordelijk, ook de school zelf. De school dient te zorgen voor een veilig en voorspelbaar klimaat, zowel binnen als buiten de klas. Maak afspraken met het kind, zodat hij/zij weet wat er van hem/haar verwacht wordt en wijs een persoon aan als vast aanspreekpunt. Dus het voornaamste is: Zoveel mogelijk structuur